De Phönix van Adaci is puur toeval. Ik wist niet dat hij dat model net gemaakt had toen hij van mij de naam Feniks kreeg, daar hebben we ook erg om gelachen

.
Maar de Phönix betreft een heel ander model wat inmiddels ook al weer uit produktie is. Adaci wilde hiermee een goedkoper instrument op de markt brengen om een grotere groep aan te kunnen spreken, Er worden goedkopere materialen in gebruikt (oa geen Bauerfeind-blokken) maar het was per saldo niet veel goedkoper om ze te bouwen dus hij is er weer mee opgehouden. Vergelijk het maar met de MII-serie van Schilke.
De Feniks wordt dus inderdaad gemaakt door Romeo Adaci. Een Tsjechische naam, maar dat komt omdat zijn voorouders daar vandaan kwamen, Romeo is 100% Duitser.
Ik ben een aantal jaren geleden begonnen met Franz Staub en Andy Taylor, dat klopt. Maar bij een proces als dit is het belangrijk dat alle neuzen dezelfde kant op staan, en dat kreeg ik bij dit duo niet voor elkaar. Ik wilde namelijk dat zij mijn ideeën bouwden, niet een aangepast ontwerp van henzelf. Bovendien kreeg Straub hartproblemen en moest het rustiger aan gaan doen, en Andy bouwt fantastische toeters maar is door zijn ambachtelijke en eigenwijze manier van werken niet erg consistent. Vandaar dat ik bij Romeo Adaci terecht ben gekomen, iemand die van een minstens even hoog niveau is als eerder genoemden en die ik een aantal jaren geleden heb leren kennen als een integere man en een erg goed trompettist. Helaas kan hij door tandproblemen niet meer spelen.
Hoe gaat zo’n proces in z’n werk?
Ik ben naar Adaci toe gegaan en heb uitgebreid met hem gesproken over wat ik wilde, en of hij dat zou kunnen realiseren. In eerste instantie ging het alleen over het latere model Hades. De Aeolus en Gaia zijn er in de loop van het proces bijgekomen. Ik had het prototype van Franz/Andy meegenomen, en de 1S/7 van Ruud Breuls die ik een tijdje van hem mocht lenen. Daarmee zijn we aan de slag gegaan. Het bleek een moeizaam proces, met veel proberen, ontwerpen, aanpassen etc. Romeo heeft hierbij niet geprobeerd om zijn ideeën aan mij op te dringen, maar steeds bedacht hoe hij mijn idee in de praktijk kon toepassen in het instrument. Hiervoor hebben we dus ook nieuwe matrijzen laten maken voor de beker, leadpijp en de stembuis. En geloof me, dat zijn prijzige experimentjes.
Ondanks het erg basic uiterlijk van de Feniks instrumenten (ik vind Schilke B-modellen namelijk erg mooi om te zien) blijken ze erg duur te zijn in de produktie, er gaan behoorlijk wat arbeidsuren in zitten. Maar met minder neem ik geen genoegen.
Zijn het verbouwde Adaci’s?
NEEN! De Feniks trompetten zijn totaal anders dan Adaci’s eigen lijn van instrumenten. Alleen de ventielblokken zijn gelijk, en die zijn van Bauerfeind. Hoewel gelijk, Adaci gebruikt ventielblokken van volledig nikkel-zilver, maar die vind ik te stijf, dus heeft de Feniks dezelfde blokken in yellowbrass. Die geven de trillingen van het instrument wat beter door, wat voor het gevoel wat meer controle geeft. En de Feniks maakt ook gebruik van het door Adaci ontwikkelde snelsluit-systeem voor de ventielen. Met 1 draai zijn ze los en weer vast, dus even snel oliën wordt makkelijker. De Gaia (de bugel) heeft als basis de Adaci FL33, maar is op zoveel punten aangepast dat alleen de sheperd’s crook van het origineel is overgebleven. Voor de rest zijn ze niet met elkaar te vergelijken, behalve het vakmanschap waarmee ze worden gemaakt.
Romeo vindt het een uitdaging om dit project van de grond te krijgen omdat we allebei een totaal andere belevingswereld en kijk op instrumenten hebben. Hij is afkomstig uit de Duitse symfonie-orkesten, en ik uit de lichte muziek. Dus wat dat betreft kunnen we ook veel van elkaar leren.
Het uiterlijk
Zoals hierboven al gezegd, zien de Feniks instrumenten er erg basic uit. De een houdt daarvan, een ander vindt het er cheap uitzien. Wat er niet op hoeft, zit er ook niet op. En dat heb ik extreem doorgevoerd. De verbindingsstukjes tussen de buizen en/of ventielhuis zijn gewoon rond, niet in een ruitvorm wat veel anderen gebruiken . Zelfs de boven- en onderdoppen zijn helemaal glad. De bovendoppen hebben nog een heel smal randje profiel voor de grip, de onderdoppen zijn alleen voorzien van een sleuf waarin een stuiver past. Dus mocht er eens een vast komen te zitten, kan die met een stuiver worden losgedraaid, net als vroeger de Connstellation. Er zitten ook geen sier-ringetjes om het uiteinde van de buizen, want die zijn namelijk niet strikt noodzakelijk (behalve natuurlijk die op de bovenste buis van de 3e schuif vanwege de stopschroef). De vingerdoppen zijn een beetje Benge-achtig, gewoon rond zonder profiel. Breed, en een heel klein beetje bol. Het zadel op de 1e schuif heeft wel een wat sierlijke vorm maar dat is alleen voor de ergonomie en niet voor de sier. Op alle instrumenten staat de merknaam Feniks op het 2e ventiel, en het logo met de modelnaam op de beker.